Home

De filosofie van Spinoza staat symbool voor het belang van vrijheid. Hij wordt dan ook vaak gezien als een pioneer van het Europese tolerantieprincipe.
Er gaan er tal van verhalen in het rond waarin tot uitdrukking komt dat hij niet alleen in zijn denken, maar ook in zijn daden opkwam voor zijn principes.
Bijvoorbeeld toen in Den Haag de gebroeders De Witt werden vermoord, heeft men hem op het laatste moment kunnen behoeden om de straten op te gaan met met een spandoek waarop de leuze stond: ”ultimi barbarorum”(een uiterste van barbaren).

Spinoza was een man zonder religie en als zodanig een voorbeeld voor de moderne mens, die een ethisch leven willen leiden zonder daar de tien geboden nodig voor te hebben.
In zijn werk Tractatus theologico politicus (theologisch-politiek traktaat uit het jaar 1670) legt hij de nadruk op tolerantie en godsdienstvrijheid door te schrijven: “Het is onmogelijk de mensen de vrijheid te ontnemen om te zeggen wat ze willen ” Het bevat een aantal uiteenzettingen, waarin wordt aangetoond dat men de vrijheid van filosoferen niet alleen kan toestaan met behoud van de vroomheid en van de vrede in de staat, maar dat men haar niet kan opheffen zonder tevens de vrede in de staat en zelfs de vroomheid op te heffen. 1

Volgens Spinoza getuigt het van een heldere geest en van beschaving, wanneer je als persoon in staat bent om je open te stellen voor de wereld en daarmee ook het wereldbeeld van een ander persoon. Wanneer je je ogen zou sluiten voor alles wat buiten je eigen belevingswereld valt beperk je, je gedachtes en raak je uit contact met de wereld om je heen.

Zijn ideeën over vrijheid en de staat zijn een lange tijd controversieel gebleven.
Er wordt wel gezegd dat we in die tijd moderner dachten dan vandaag de dag. Het begrip tolerantie komt vanuit de wandelgangen steeds meer op de voorgrond te staan. Velen zijn van mening dat we vergeleken met vroeger, een intolerant land zijn geworden dat bang en ongastvrij overkomt. Zo wordt er door de Spinoza-kenner Jonathan Israel aangevoerd, dat de crisis waarin Nederland verkeert voortkomt uit het feit dat wij de erfenis van die tijd hebben verwaarloosd. Hij doelt op de crisis rondom de multiculturele samenleving, vrijheid van meningsuiting en scheiding van de kerk en staat. En dat terwijl we zoveel aan die pioniers te danken hebben. Al in de zestiende en zeventiende eeuw werd de basis gelegd voor de westerse democratie. Maar in plaats van hem in tijden van crisis als baken te gebruiken, verwaarlozen we zijn erfenis door oppervlakkigheid en gebrek aan historisch besef

De situatie

117 jaar voor Spinoza werd geboren had Marten Luther zijn 95 stellingen op de deur van de Slotkerk te Wittenberg gespijkerd en daarmee de eerste twijfel gezaaid werd wat betreft de ultieme autoriteit van de Rooms-katholieke Kerk. De protestantse Reformatie, Europese inquisitie en contrareformatie zorgden voor godsdienstige en politieke onrust. Er was een grote verdeeldheid tussen de republikeinse regenten en de prinsen van Oranje. Ook al was er sprake van enige religieuze co-existentie, toch had men nog niet veel op met de liberale en protestantse groepen. Zo was het ook ten aanzien van de filosofie van Spinoza, die door veel christenfilosofen heftig werd bestreden. In de tijd van Spinoza had de filosofie van Descartes grote invloed op de Nederlandse universiteiten. Ook Spinoza was overtuigd van de stelling dat men alleen via de rede tot ware kennis zou kunnen komen.

De Tao van Spinoza

Iemand die aan Spinoza begint zal veel vergelijkingen met het Taoïsme en het moderne ‘mindfullness-denken’ tegenkomen. Al heeft Spinoza de titel filosoof van de blijheid te zijn, zelf stelt hij, dat deze blijheid behaald dient te worden op de weg naar vrijheid. Daarmee doelt Spinoza op de bevrijding van dwang.
Spinoza noemt hierbij twee wegen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Een weg voor de persoonlijke vrijheid en een weg voor de vrijheid van de staat. Aan de hand van het boek van J. Knol: Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden, zal ik proberen deze veel betekenende constatering uiteen te zetten en daarmee een klein deel van het rijke pallet van Spinoza te ontbloten.

God ofwel de natuur

In zijn belangrijkste werk: Ethica ordine geometrico demonstrta doet Spinoza zijn bekendste uitspraak: “Deus sive natura” (God ofwel de natuur).
Met deze zin stelt Spinoza God niet tegenover de natuur, maar stelt hij God en de Natuur gelijk aan elkaar. Zo stelt hij in zijn Ethica dat God een substantie is en uit deze substantie vloeit de wereld.

“Uit Gods eindeloze natuur vloeien noodzakelijk eindeloos veel dingen op eindeloos veel wijzen voort. Zoals uit de aard van een driehoek eeuwig voortvloeit dat de som van zijn drie hoeken gelijk is aan die van twee rechthoeken- E1’”2
Nu hebben we hiervoor kunnen lezen dat er volgens Descartes drie substanties zijn. Namelijk God, als perfect wezen. En al het denken en de materie die van God afkomstig zijn. Het denken en de materie zijn volgens Descartes twee substanties die van God afkomen en geheel onafhankelijk van elkaar zijn. Het denken staat los van de materie- en omgekeerd: de materiele processen opereren eveneens onafhankelijk van de gedachte. Door deze stelling in te nemen werd Descartes een dualist genoemd. Spinoza was het met Descartes eens over het feit dat God onafhankelijk bestaat van iets anders, sterker nog, er bestaat niets buiten God, want God is eindeloos, als materie. Maar Spinoza stelt daar tegenover dat er niet twee maar één substantie is en dat denken en materie één zijn, namelijk. ‘God ofwel de natuur.’ Deze substantie toont zich aan ons op eindeloos veel manieren, maar de eenheid van de substantie blijft bewaart.
‘Een reële cirkel en het idee van die cirkel, die ook in God is, zijn beide een en dezelfde zaak die zich in verschillende aspecten ontvouwt.’ E 2, s7, opm. 3
Spinoza stelt ook nog eens dat het idee van de cirkel niet subjectief is. Het idee cirkel blijf ook buiten onze gedachtes bestaan als objectief gegeven in het geestaspect van de substantie. Spinoza betrekt ook de tijd bij deze één substantie Zo is ook het idee cirkel vijfhonderd jaar geleden dezelfde substantie als het idee van een cirkel op dit moment.

Het losbreken van geloof

Spinoza doet afstand van de antropomorfische toeschrijvingen van God als persoon of wezen en stelt dat we God verkeerd begrijpen als we hem emoties toedichten. Dit zijn enkel projecties die wij als mensen op God toepassen. Hij stelt dat

“Als ze zouden kunnen spreken, zou een driehoek God bij uitstek driehoek noemen en een cirkel God bij uitstek cirkelvormig. Zo schrijft elk zijn eigen eigenschappen aan God toe en maakt zichzelf aan God gelijk en kom de rest hem wanstalig voor.” 4
J. Knol Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden blz 13

Volgens Spinoza is God dan ook niet een tiran of koning die onderhevig aan menselijke trekken en het universum stuurt zoals hij blieft. En is hij er ook niet om de mens te straffen en te belonen. Wat belangrijk is voor zijn denkwerk is dat Spinoza hieraan toevoegt, dat ons gedrag natuurlijk wel gevolgen heeft. Wie goed doet goed ontmoet en als we gemene streken uithalen beroven we ons van onze innerlijke vrede. Spinoza stelt dat God daar verder geen bedoeling me heeft. God heeft sowieso geen bedoeling.

In navolging van deze gedachte is de bijbel een boek over morele principes die zijn voortgekomen uit bepaalde inzichten over hoe de mens moet gehoorzamen en heeft deze niets te maken met kennis. Spinoza wijst God dus niet alleen af op basis dat God als persoon maar ook op het gebied dat een desbetreffend beeld van God als straffer en beloner, afbreuk doet aan de autonomie van de mens. Daarmee wordt bedoeld dat de mens op grond van beloning of uit vrees zal handelen in plaats van voor wat men zelf goed acht te vinden. Dit goedvinden heeft dan ook niet zijn oorsprong in het bovennatuurlijke maar berust op het wetmatige karakter van de natuur. Zoals J. Bartels het in zijn artikel Spinoza over vrijheid formuleert: “Morele waarden vloeien voort uit inzichten in wat goed is voor het individuele en maatschappelijke welzijn.” 5 Simpel gezegd: De mens weet zelf het beste wat goed voor hem is; daar heeft hij geen God of regering voor nodig. Als we deze wetenschap in het verlengde van Descartes’ stelling: Ik denk dus ik ben stellen, zijn we een stap dichter bij Immanuel Kant met zijn stelling: “Denk zelf.”

Vrijheid

Spinoza,
‘Ik denk dat iedereen dit wel weet, ofschoon ik geloof dat de meeste mensen zichzelf niet kennen. Want ieder die onder de mensen leeft, ziet wel dat de meeste mensen als het hun goed gaat de wijsheid in pacht menen te hebben, ook al weten ze van niets, zozeer dat ze zich beledigd achten als iemand hen raad wil geven, maar dat ze in tegenspoed niet weten waar ze heen moeten: dan vragen ze iedereen smekend tot raad. Zozeer brengt vrees mensen tot waanzin.’ 6

Spinoza is van mening dat bepaalde vormen van het opdoen van kennis leidt tot vrijheid. Hij maakt onderscheid tussen drie soorten kennis. De verbeelding, de ratio en de intuïtie

De verbeelding is voor Spinoza de laagste vorm van kennis en de ratio en de intuïtie zijn er om de verbeelding te doorzien.
In de verbeelding maken we ons voorstellingen van de werkelijkheid, zonder tot juiste kennis te komen over de waarheid die met ons ratio of intuïtie is waar te nemen. Spinoza stelt, dat zolang we alleen door middel van verbeelding kennis tot ons nemen over de werkelijkheid, we niets meer zijn dan een speelbal op de wereld. Deze onwetendheid is op zijn beurt weer een voedingsbodem voor angst en die leidt tot vormen van bijgeloof, die de verbeelding houvast zou moeten bieden. De onwetendheid over de motieven van onszelf en de wereld om ons heen is daarvoor dus schadelijk.
Een voorstelling is altijd associatief. Dat komt omdat het menseigen is om universele begrippen te koppelen aan eigen ervaringen, zelfs als deze verwarrend zijn. In een verbeelding geeft de herinnering aan een verband tussen feit en gevoel een aanleiding om tot een foute veronderstelling te komen. Zo kan voor verdriet, blijdschap en begeerte altijd een externe oorzaak gevonden worden. Volgens Spinoza leven we hierdoor in slavernij. Vanuit deze slavernij poogt iedereen, zowel met als zonder geweld, zijn eigen belangen centraal te zetten om zich als individu te kunnen ontplooien. Juist hiertegen biedt rede en intuïtieve kennis uitkomst. Door rede en intuïtieve kennis kan de mens grip krijgen op zijn gevoelens.

Spinoza zoekt de oorsprong van vrijheid dus niet in bepaalde omstandigheden waarin een persoon verkeert, maar koppelt de vrijheid van een persoon aan de beschikking over de juiste kennis ten aanzien van zijn eigen doen en laten en die van de wereld om hem heen. Alleen op deze manier kan men inzien dat er sprake is van een maatschappelijk belang in het individu zijn doen en laten.
Hiervoor stelt hij regels samen waarvan, om wat inzicht te verschaffen in zijn mening over de staat en vrijheid, een kleine selectie te lezen is.

‘Wat de beste inrichting van de staat is, laat zich gemakkelijk afleiden uit het doel van de
staat, namelijk vrede ofwel veiligheid. En derhalve is dat stelsel het beste waarin de mensen
in eendracht leven, en waarvan de wetten worden gerespecteerd. Want opstanden,
oorlogen, minachting voor en schending van de wet zijn niet te wijten aan boosaardigheid
van de onderdanen, maar aan een verkeerde inrichting van de staat. Mensen worden
immers niet als burgers geboren, maar tot burgers gemaakt.’ (Tractatus politicus 5.2) 7

In Ethica diept Spinoza voornamelijk de manier uit om tot persoonlijke vrijheid te komen. Wat Spinoza zo belangrijk maakt voor de samenleving is, dat hij in zijn politieke traktaten deze filosofie toepast op het ontwerpen van politieke structuren die de vrijheid voor de burger waarborgen.

‘Rede verenigt mensen omdat alle mensen daaraan deel hebben. Biedt mogelijkheid
samenleving rationeel in te richten. Waren mensen volledig redelijk, dan hadden ze geen
staat noch wetten nodig; dan handelden ze uit zichzelf zodanig met respect voorrechten en
belangen van anderen. Maar juist omdat mensen meer doorlust dan door gezonde rede
worden geleid is machtige staat nodig.’ (TTP 5.8) 8

‘Kracht van mens gelegen in begrijpen, in rede; leven volgens de rede is zijn kracht
ontplooien; = vrijheid → ‘deugd is voor de afzonderlijke mens geestesvrijheid ofwel kracht
(animi libertas seu fortitudo), maar de deugd van de staat is veiligheid (securitas)’ (TP 1.6) –
alleen een stabiele, veilige en vrije samenleving kan menselijke ontplooiing waarborgen.’ 9

Als de mensheid altijd vanuit de reden en het intuïtieve zou handelen dan zou er geen staat nodig zijn, maar omdat de mens niet of maar gedeeltelijk uit rede en het intuïtieve handelt, is volgens Spinoza de vorming van een staat noodzakelijk.

In de zeventiende eeuw waren maatschappijen opgebouwd door middel van een maatschappelijk contract, waarvan Thomas Hobbes als grondlegger wordt gezien. Hobbes stelde dat mensen, uit noodzaak om te overleven, bereid zijn om af te zien van geweld, mits anderen daar ook toe bereid zijn. Omdat beide partijen bereid zijn om afstand te doen van geweld, gebaseerd op egoïstische motieven, kan er veiligheid gewaarborgd worden, waar beide partijen baat bij hebben. Dit wordt ook wel het ‘prisoners dilemma’ genoemd. Een interessant experiment hierover is te vinden op

Het maatschappelijk contract was een overeenkomst voor mensen, die deel waren van een maatschappij en door middel van het contract hun rechten in de handen legden van de staat, die zei zelf vormden. Op deze manier konden ze zich beter verdedigen tijdens oorlogen, die onder andere de reformatie met zich mee bracht, natuurgeweld en andere gevaren. Met het idee om een maatschappelijk contract te vormen, maakt de mens zich onderdaan.
Thomas Hobbes noemde die macht Leviathan naar een bijbels monster. Hij is van mening dat deze leefvorm het beste zou werken in een monarchie, die echter wel door de burger wordt gekozen.

Spinoza geloofde niet in deze theorie. Al was hij het wel eens met de gedachte dat, in een samenleving waarin iedereen zijn eigen macht uitleeft, niet te leven zou zijn. Maar onze verdeeldheid en onze driften zouden in zijn ogen niet als bij toverslag verdwijnen door met elkaar een contract af te sluiten.
Spinoza pleit ervoor om van de mens uit te gaan zoals hij is. Vanuit de natuur kan men stellen dat ieder persoon net zo veel recht heeft als hij macht heeft. Het is aan de mens om geen aanspraak te doen op die rechten. Op basis van de rede en het intuïtieve zou men voor de vrede die een staat zou kunnen brengen moeten kiezen en oordelen.

‘Hoewel kinderen verplicht zijn alle geboden van hun ouders te gehoorzamen, zijn ze toch geen slaven. Want geboden van ouders zijn vooral gericht op het belang van hun kinderen TTp 16,10.’ 10

Ook bij de bestuurders van de staat moet men er niet vanuit gaan dat ze altijd verstandig en redelijk zijn. Het is dan ook van belang om altijd zorgvuldig de kwaliteit van een bestuur in de gaten te houden. De wil van de staat is het volk zelf.

Bartels. J geeft in zijn artikel genaamd Spinoza over vrijheid een mooi eindpleidooi.
De staat is de beste, waarin de mensen in eendracht leven: en dan heb ik het niet over een menselijk leven, dat wil zeggen een leven dat niet alleen wordt gedefinieerd door bloedcirculatie en andere dingen die alle dieren gemeen hebben, maar het meest door de rede, de ware deugd en het ware leven van de geest. De staat kan dit doel echter niet zelf realiseren, ze dient slechts de voorwaarde te scheppen voor deze mogelijke ontwikkeling en externe belemmeringen te verhinderen. Hiervoor moet ze voor haar burgers overtuigend zijn. Ze zal de burgers ervan moeten overtuigen dat de maatregelen die ze neemt tegemoetkomen aan hun belangen.11

Bronnen

1 Gude. R, De vroeg moderne tijd (17de en 18de eeuw) Descartes, Spinoza, Rousseu, 2005.
2 Pag. 11 Knol .J, Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden
3 Pag. 40 Knol .J, Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden
4 Pag. 13. Knol .J, Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden
5 pag. 5, Bartels. J, Spinoza over vrijheid, http://www.filosofie -oostwest.nl.
6 pag. 9 Bartels.J, Spinoza over vrijheid, http://www.filosofie-oostwest.nl.
7 pag. 1 Steenbakkers. P, Het doelvan de politiek isvrijheid: Spinoza als politiek denker
http://www.phil.uu.nl/~piet/Groningen191206handout.pdf
8 pag. 2 Steenbakkers. P, Het doelvan de politiek isvrijheid: Spinoza als politiek denker
http://www.phil.uu.nl/~piet/Groningen191206handout.pdf
9 pag 2 Steenbakkers. P, Het doelvan de politiek isvrijheid: Spinoza als politiek denker
http://www.phil.uu.nl/~piet/Groningen191206handout.pdf
10 Pag145 Knol. j, Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden
11 pag. 13 Bartels. j, Spinoza over vrijheid, http://www.filosofie-oostwest.nl.
Voetnoten
http://www.nicolasdings.nl/spinoza/making/spinoza.pdf

Reijen. van M Spinoza over tolerantie en vrijheid van meningsuiting http://www.benedictusdespinoza.nl/lit/MiriamvanReijenSpinozatolerantielezing.pdf

Bartels. J, Spinoza over vrijheid, http://www.filosofie-oostwest.nl.

Ruffing. R, Filosofisch gereedschap,2008

Bartels. J, Spinoza over vrijheid, http://www.filosofie -oostwest.nl.

http://books.google.nl/books?id=aUSeIoQQbMYC&pg=PA63&lpg=PA63&dq=spinoza+kennis+bijgeloof&source=bl&ots=3XRDRW95qQ&sig=Ax6ZZpJSB_CEtYy60UNwQQ0f604&hl=nl&sa=X&ei=bTV-UaHNJubC0QWjoIHADQ&ved=0CD8Q6AEwAg#v=onepage&q=spinoza%20kennis%20bijgeloof&f=false

Bartels. J, Spinoza over vrijheid, http://www.filosofie -oostwest.nl.

Knol. j, Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s