Home

[1] Familie van Slingelandt onderzoekt in hun familiearchief naar informatie omtrent verhalen en anekdotes met betrekking tot toneel- en decorstukken over diverse voorouders en aangetrouwde familieleden uit de toneelwereld. De archieven beginnen als geluk voor mij in het midden van de 17de eeuw met Jan Six, lid van de Muiderkring en schrijver van diverse stukken zoals de Medea, die mooi werd vereeuwigd door Rembrandt. In zijn Liber Amicorum is te zien dat ook Joost van den Vondel, Pieter Corneliszn, Hooft en Jan Vos tot zijn vrienden behoorde de familie van Slingelandt heeft later rond 1781 aan de wieg gestaan van het toneeltheater alwaar het boek over gaat. De namen echter waren een begin van mijn speurtocht….nl mijn eerste boek wat ik vond…

[2] ‘Het zien gaat voor het zeggen’, was de lijfspreuk van schrijver Jan Vos (1610/11-1667). Iets visualiseren werkt altijd nog beter dan het gebruik van woorden was zijn mening. Dat visualiseren kon hij rustig doen in Amsterdam. Door zijn goede connecties kreeg hij opdracht na opdracht voor het maken van glas in lood werk. Hij was namelijk naast schrijver ook beoefend glaszetter. Een van de grote en belangrijke opdrachten was een werk voor het nieuwe stadhuis in 1655 en voor grootse Tableaux vivants in de open lucht bij de ontvangst van belangrijke bezoekers aan de stad. Verder schreef hij velen toneelstukken welke vol zaten met spectaculaire scènes. Buiten glaszetter was Vos regent van de Schouwburg en had op die manier grote invloed op de programmering. Vandaar dat 2 van zijn drama’s, Aran en Titus (1638) en Medea (1665), vaak gespeeld werden. In 1664-65 werd de Schouwburg verbouwd om speciale effecten zoals snelle decorwisselingen en vliegbewegingen mogelijk te maken. Medea kon daardoor haar luchtreis afleggen in een koets die opgehangen was aan een systeem van touwen en katrollen en zogenaamd voortgetrokken werd door twee vuurspuwende draken. Het publiek smulde van zulk spektakel.

De stukken van Jan Vos werden tot ver in de achttiende eeuw gespeeld, maar ze kregen ook kritiek om de overdadige en huiveringwekkende spektakelscènes waar hij zo van hield. Afgehakte ledematen en andere horrortaferelen waren geen uitzondering. Er kwam een andere kunstopvatting tegenover te staan die overgewaaid was uit Frankrijk en daarom de naam Frans-classicisme kreeg. Het in 1669 opgerichte kunstgenootschap Nil volentibus arduum (voor hen die willen is niets moeilijk) werd de Nederlandse vertegenwoordiger van deze stroming.

 [1] Schouwburg aan huis. Tuja van den Berg, 2002 Harderwijk. Voorwoord

[2] http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/goudeneeuw/literatuurgeschiedenis/lgge016.html. Geraadpleegd 14-3-2013300px-Jan_vos

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s