Home

Bouw van de Stadsschouwburg Amsterdam

Men had hele nieuwe speciale toestellen gemaakt en ingevoerd in de nieuwe Schouwburg. Rond 1665 kon men dankzij deze werktuigen snel van coulissen wisselen. Tevens konden toneelspelers of medewerkers en allerlei voorwerpen razendsnel naar boven of onder het toneel verplaatsen wat het kunst en vliegwerk vergemakkelijkten. Het was voornamelijk de dichter Jan Vos, straks meer over hem, die veelvuldig gebruik maakten van deze nieuwe middelen. [1} Zijn treurspel Medea (1667) vermeldde op de titelpagina ‘met verscheidene Kunst en Vliegwerken, nieuwe Balletten, Zang en Vertooningen’ en bevatte o.a. een scène waarin een wagen, bespannen met vuurspuwende draken, door de lucht vliegt. Overigens bevatte de oude Schouwburg van Costers Academie ook al een ‘daelend hemelwerck’, maar dat bleef beperkt tot een op en neer bewegende wolk.

De schouwburg aan de Keizersgracht past men in 1665 aan. Men plaatst een nieuw toneel over de lengte van de zaal. Het toneel is erg diep en een boog omlijst het toneel en scheidt het op deze manier van de zaal. [2] Amsterdam maakt kennis met het lijsttoneel: in plaats van tonelen naast elkaar, gaat het nieuwe Italiaanse toneel uit van één speelvlak. De eerder genoemde ‘speciale machines’, het zogenoemde kunst- en vliegwerk, zorgen voor ‘de special effecten’… [3] Op het toneel gaan spelers in rook op met behulp van zinkluiken.

[4] De Amsterdamse schouwburg viel onder het toezicht van het Burgerweeshuis en het Oudemannenhuis. Deze beide charitatieve instellingen genoten de winsten die het toneel opbracht, maar droegen ook de zorg voor eventuele kosten, zoals de grootscheepse bouwcampagne waarmee in 1637 werd begonnen. De supervisie over dit project werd door Nicolaas van Campen op zich genomen. Dit verklaart ook het optreden van Jacob van Campen als architect. Al sinds de oprichting van de Schouwburg in 1632, door het samenvoegen van de rederijkerskamers speelde men in de Academie van Samuel Coster aan de Keizersgracht uit 1617. [5] Het gebouw lag niet direct aan de straat maar op een binnenterrein dat via een langwerpige binnenplaats vanaf de Keizersgracht bereikbaar was. Men breidde het gehele terrein uit met een extra stuk waarop het nieuwe Amsterdamse toneel geplaatst werd. Zoals eerder genoemd werd het oude in Barokstijl gebouwde werk gesloopt op 2 april 1637. In mei startte het heien en vanaf mei tot het eind van het jaar werden de muren gemetseld. In augustus en september van datzelfde jaar werd de zoldering getimmerd en in oktober werden de dakpannen geleverd. Aan het eind van 1637 kon men zeggen dat de ruwe opzet klaar was. Het gebouw werd op 3 januari 1638 door Vondels Gysbreght van Aemstel ingewijd. De zaal echter was maar provisorisch ingericht. Pas in de loop van 1638 kwam de definitieve houten inrichting. Pas als allerlaatste werd in het najaar van 1638 het poortgebouw met een natuurstenen arcade aan de Keizersgracht opgetrokken.

Van Campen maakten met de nieuwe Schouwburg een theater volgens de antieke beschrijvingen, waarvan de plattegrond en het interieur aan de hand van prenten in detail bekend zijn gebleven. ‘Wij bootzen ‘t Grote Rome na in’t kleen, nu Campen bezigh is met bouwen,’ schreef Vondel hierover. De zaal had een grootte van ongeveer 17,5 bij 20,5 meter.  De toeschouwers konden in een halve ovaal om het toneel heen zitten.  [6] Het was geen antieke tribune maar een dubbele rij loges, naar de laatste Franse en Italiaanse mode, met een open tribune als tweede verdieping. Echter was er helaas niet aan speelruimte voor het koor gedacht, zoals bij een echt antiek theater, maar wel aan ruimte voor goedkope staanplaatsen. De galerijen en de toneelwand bestonden voornamelijk uit houtwerk. Verder werd het antieke karakter versterkt door de borstbeelden van Griekse en Romeinse schrijvers, dit als personificatie van de twee uitersten van het menselijk gemoed, het verdriet en de vreugde.

Het gehele theater werd door een houten plafond overdekt, dat over de totale lengte met een tongewelf was verrijkt. Aan daglicht was geen gebrek door het enorme raam op het noorden, in volle omvang van het tongewelf. Een dergelijk raam of venster, moet Van Campen hebben overgenomen van een van de [7] beschrijvingen van Romeinse termen, of van de toepassing daarvan in eigentijdse gebouwen.

Met de schouwburg van 1637 probeerde Van Campen om de antieke vormentaal nieuw leven in te blazen. Helaas, binnen 30 jaar was deze bouw totaal achterhaald geworden door de ontwikkelingen van het barokke toneel- en operabedrijf. In 1664-65 heeft Philips Vingboons, de Schouwburg volgens de nieuwe normen geheel verbouwt. Alleen de toegangspoort aan de Keizersgracht bleef ongedeerd.

pltgr

W. van der Laegh, Plattegrond van de stadsschouwburg naar Philip Vingboons ‘,1658 (Theater Instituut Nederland, inv. nr. g000459.000)

[1] http://www.dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_01260.php Geraadpleegd op 1-4-2014

Lit: W.M.H. Hummelen, Amsterdams toneel in het begin van de Gouden Eeuw (1982), p. 170-173.

[2, 3] http://www.scholieren.com/opdracht/27169 Geraadpleegd op 1-4-2014

[4,5]http://www.digischool.nl/ckv2/burger/burger17de/toneel/de_nieuwe_schouwburg.htm 02/18/2010 laatst geupdate. Geraadpleegd 19-3-2013

[6,7]http://www.digischool.nl/ckv2/burger/burger17de/toneel/de_nieuwe_schouwburg.htm 02/18/2010 laatst geupdate. Geraadpleegd 19-3-2013

treur

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s