Home

De komst van chinees porselein in Nederland
Het is het jaar 1603. Het jaar hiervoor is de Verenigde Oostindische Compagnie succesvol opgericht. In onder andere Japan, India, Ceylon, Korea, Formosa en China zijn handelscontacten van waaruit kostbare ladingen van vooral thee, koffie, specerijen, zijde en goud wordt aangevoerd. [1]

Het is in dit jaar dat chinees porselein bekend wordt in Nederland, doordat de VOC een Portugees handelsschip kaapt in de Straat van Malakka, beladen met zijde en 100.000 stuks porselein. De Portugezen handelden al sinds het midden van de 16e eeuw in Chinees porselein, dat zij in de havens aan de Chinese zuidkust kochten. Het porselein zoals op het gekaapte schip gevonden werd is echter iets nieuws. [2] Het is blauw-wit porselein, grof, goedkoop en wordt razend populair. Voor de kleur blauw werd kobaltoxide gebruikt. Dit werd aangelengd met water en vervolgens werd de versiering op het gedroogde, maar nog niet gebakken, Porselein geschilderd. Over de schildering werd een laag glazuur aangebracht en vervolgens werden de stukken gebakken. Kobaltoxide was enige gemakkelijk toepasbare kleur die bestand was tegen deze hoge temperaturen. [5] In Nederland krijgt het porselein de naam ‘kraakporselein’. Er ontsteekt een heuze porseleinkoorts. [1]

Geschiedenis van het porselein
Porselein onderscheidt zich van andere soorten Keramiek doordat de grondstoffen in de zeer hooggestookte oven volledig in elkaar versmelten tot een zeer hard en wit materiaal. Het laat geen water door, voorwerpen kunnen door de hardheid met zeer dunne wanden gemaakt worden en wanneer tegen een stuk Porselein getikt wordt, geeft het een heldere klank – er zijn zelfs klokkenspelen van Porselein gemaakt. Van belang bij het porseleinbakken en het verkrijgen van de strakke vorm en harde Scherf is dat één bestanddeel in de oven onveranderd zijn vorm behoudt en een ander bestanddeel daarin vervloeit. Geleidelijk en proefondervindelijk verbeterden de pottenbakkers de kwaliteit van hun werk en rond het jaar 1000 maakten zij het eerste Porselein. De productie van Porselein werd grotendeels geconcentreerd in de ovenplaats Jingdezhen. Hier waren de benodigde grondstoffen aanwezig en (aanvankelijk ook) het hout om de ovens te stoken. De eerste prioriteit was de levering  aan het hof in Peking, maar ook de export van Porselein was als inkomstenbron voor het Chinese rijk van belang. Chinees Porselein werd naar het Midden-Oosten, naar Zuidoost-Azië en zoals gezegd vanaf de 16de eeuw ook naar Europa verscheept, waarbij de pottenbakkers en porseleinschilders hun waren aan de wensen van de afnemers aanpasten.[4]

Porselein als handelsvoorwerp en inspiratiebron
Het porselein wordt een handelsvoorwerp van de VOC. Vanuit Caton, het ontmoetingscentrum van de Chinezen en de Europeanen [3], wordt het product via Batavia naar Nederland gebracht. Het serviesgoed inspireert tot het steengoed met tinglazuur van onder andere de fabrikaten Delft, Frankfort en Rouwen. Tegenwoordig is chinees porselein in collecties over heel Europa te vinden en kunnen we het terugvinden op vele Hollandse stillevens uit de 17e eeuw. [2]

Overgangsporselein
De naam ‘overgangsporselein’ is gegeven aan porselein dat werd gemaakt tussen de dood van keizer Wan Li in 1619 en de troonsbestijging van Kang Hsi in 1662. . Van de twee laatste keizers van de Ming dynastie, T’ien Ch’i (1621-1627) en Ch’ung Ceng (1628-1644), bestaat weinig porselein met hun regeringsmerk – ongetwijfeld een gevolg van de interne moelijkheden in Cina in die tijd. Dit merk komt voornamelijk voor op kleine voorwerpen van porselein van mindere kwaliteit, beschilderd met decroaties in onderglazuur blauw, gecombineerd met groen, rood, geel en aubergine.[5] Het assortiment werd uitgebreid met tal van kleuren. Naar de overheersende kleur wordt het porselein in de westerse wereld ingedeeld in’families’: Familie verte, Familie rose, etc.[5]

 

[1] http://www.amstelporselein.com/frm1.htm

[2] http://www.cultuurnetwerk.nl/producten_en_diensten/bronnenbundels/1990/h1990_14.html)

[3] Wikipedia

[4]  http://www.aziatischekeramiek.nl/articles/view/chinees_porselein

[5] Boek over chinees porselein

Overige (nog te verwerken) info.

Ten gevolge va nde onlusten na de dood van keizer Wan Li in 1619 en de oorlogen met de Mandsjoe’s begon de handel vanaf 1647 terug te lopen, om tien jaar later zo goed als tot stilstand te komen. Toch brachten de ‘ Haerlem’, de ‘Olifant’  en acht andere schepen in 1647 nog het respectabele aantal van 123.337 stuks porselein naar Amsterdam. Er wordt veronderstelt dat er na 1657 geen porselein met overheersend Ming karakter meer naar Holland is verscheept. [5]
________________________
Collecties
Van de collecties Chinees porselein, die in de 17de eeuw gevormd zijn, dienen genoemd te worden die van Christina van Zweden (1626-1695), dochter van koning Gustaaf Adolf en Koningin Mary (1662-1695), echtgenote van koning stadhouder Willem 3 (gedeeltelijk geexposeerd in Hampton Court bij Londen) in 1699 geschonken aan Arnold Joost Keppel, Earl of Albemarle, van de Grand Dauphin van Frankrijk en koningin Sophie Charlotte (1668-1705).[5]
_________________________
Geïmporteerd Chinees porselein werd alom       in Europa bewonderd. De import was niet genoeg om aan de vraag te voldoen.       Die vraag werd bovendien groter omdat ook de eet- en drinkgewoonten       veranderden. Men ging meer serviesgoed gebruiken, bijvoorbeeld voor de       nieuwe dranken koffie en thee. In Europa schakelden bestaande       plateelbakkerijen over op de produktie van aardewerk naar het model van       het Chinese porselein. Een van de meest succesvolle centra van deze       industrie was Delft, waar eerst in aardewerk met blauwe patronen op witte       grond en later ook veelkleurig beschilderd aardewerk met tinglazuur het       Chinese voorbeeld werd gevolgd. Zelf       noemden de Delftenaren zich porseleinbakkers, maar hoe verfijnd ook, hun       produkt is altijd aardewerk gebleven.  (http://oud.digischool.nl/ckv2/burger/burger17de/intercultureel/Aardewerk.htm)

______________

In 1644 viel de Mingdynastie en omstreeks 1658 was er weinig porselein beschikbaar voor de Hollanders, vooral vanwege de binnenlandse problemen in China. De Hollanders hadden dit echter zien aankomen en waren in 1650 begonnen Japans porselein te bestellen, dat gemaakt werd in Arita en verscheept via Imari. In de jaren ’60 van de 17de eeuw verwierven zij dezelfde hoeveelheden (enige duizenden stuks per jaar) als voordien uit China en later in de eeuw de beroemde Kakiemon 2) stukken van veel betere kwaliteit. Ook de Chinezen begonnen later in de eeuw weer porselein te exporteren.(…) Gedurende de 17de en de 18de eeuw en in feite ook later nog was porselein een vast exportartikel uit zowel China als Japan. (…) Pas kort na 1600 werden er op grote schaal pogingen gedaan het Chinese blauw-wit in Europa na te maken.

2) Kakiemon is de naam van een Japanse familie, die vanaf de 17de eeuw porselein vervaardigt met rood en blauw glazuur

3) 17de eeuws Chinees porselein dat voor de export bestemd was en per ‘kraak’ (groot koopvaardijschip van Spaans/Portugese origine) werd vervoerd

Verschillende fabrieken begonnen de decoraties van het kraakporselein 3) uit de Wan Li-periode te kopiëren en aan te passen: de beroemdste van deze fabrieken waren in Delft en dit tingeglazuurde aardewerk is algemeen bekend als Delfts blauw. Aanvankelijk werden de motieven tamelijk precies gekopieerd (voorzover een Noord-Nederlandse ambachtsman in staat was het werk van zijn tegenhanger in Ching-tê Chên te kopiëren), vooral in de randen die gewoonlijk waren uitgevoerd in het standaard ‘Wan Li’-patroon van afwisselende rechthoekige en ovale cartouches, gevuld met bloemen, bladeren of kostbare voorwerpen.

In het verdiepte gedeelte of het midden van de schotel had de schilder meer moeite en zijn zijn Chinese figuren bijna altijd dubbelgebogen, ietwat lachwekkend en ogenblikkelijk herkenbaar als Chinoiserie* in plaats van Chinees: meer als aanpassing dan als kopie.

Soms paste de schilder een Europees onderwerp toe als middenmotief met een ‘Wan Li’ -rand eromheen en natuurlijk hoefde hij niet aan Chinese vormen vast te houden: elke gewenste Europese vorm kon met het volste recht in ‘Chinese’stijl gedecoreerd worden. Zoals we al zagen werd Chinees porselein besteld naar Europees model en het lijkt meer dan waarschijnlijk dat de houten modellen, die in 1635 naar Ching-tê Chên en in 1659 naar Japan werden gestuurd, in Delft waren beschilderd. Dus zouden we bij wijze van spreken een vaas kunnen hebben van in Japan vervaardigd porselein naar Europees model en beschilderd met een blauw-wit patroon ontleend aan een Hollandse imitatie van een Chinees origineel, dat zelf heel goed beïnvloed kan zijn geweest door een Hollandse versie van een vroeger Chinees motief. Geen wonder dat er enige stijlverwarring heerst!

Blauw-wit aardewerk, dat zelf als een voortzetting van de Majolica techniek werd gemaakt, was het standaard aardewerk in de 17de en een groot deel van de 18de eeuw in bijna heel Europa. Omdat het altijd goedkoper bleef dan porselein werd het tot de 19de eeuw nooit geheel verdrongen door porselein. In Holland was Delft het middelpunt van de productie, hoewel Amsterdam en vele andere steden ook plateelbakkerijen bezaten.

Chinese porseleinschilders en lakwerkers hebben weinig gemeen met westerse ambachtslieden, zelfs de perspectiefmethode verschilt. Lag het voor de hand dat in een Europa dat in de 15de eeuw slechts het geometrisch perspectief had ontdekt, het verticale perspectief zou zijn begrepen? Chinese landschappen, huizen en mensen konden daarom van elke serieuze beschouwing van de werkelijkheid worden uitgesloten; zij konden worden toegepast om hun nieuwigheid en exotische waas, terwijl hun feitelijke inhoud zo buitenissig was, dat hij bijna abstract werd.

Zo lang als de kopieën zich aan bepaalde regels hielden, zoals een luchtige toets, absurde houdingen, kostuums, gelaatsuitdrukking enzovoort, waren ze herkenbaar Chinees en passend als decoratie op kleine voorwerpen. Terwijl textielontwerpers naar Indiase sitsen* en Franse zijden stoffen keken (die opzichzelf ook aan oosterse stijlen waren ontleend maar met nog meer stappen daartussenin), keken de graveurs van decoratie-ontwerpen naar dit bloemrijke Cathay 4). De vroegste ontwerpen in deze stijl mengden andere motieven, klassiek of fantasie, vrij willekeurig met een chinoiserie, die in zijn samenraapsel van wankele bruggetjes, vervallen, op onmogelijke manieren in de lucht belande gebouwen, exotische vogels en besnorde Chinezen vooruitloopt op de rococo. Dit soort chinoiserie, die men misschien wel de belangrijkste kan noemen, bereikt zijn toppunt in de ontwerpen van Jean Baptiste Pillement.(…)

4) Naam waaronder China in de middeleeuwen in Europa bekend was

Aardewerk en porselein uit het verre Oosten http://www.cultuurnetwerk.nl/producten_en_diensten/bronnenbundels/1990/1990_21.html

Prinses Mary’s oosterse kabinetten

In 1685 overhandigde Constantijn Huygens sr. prinses Mary een brief, die zojuist uit China was aangekomen. Huygens had hem voor Mary in het Engels vertaald. De brief was geschreven namens het Chinese volk dat zich er over beklaagde dat een beroemd Chinees kunstwerk, een groot kamerscherm, met goedkeuring van de prinses werd verzaagd ter decoratie van de wanden van een of ander kabinet-kamertje. Daarbij werd geen rekening gehouden met de voorstellingen en de teksten, zodat betekenis en samenhang volkomen verloren gingen. Het Chinese volk was weliswaar zeer vereerd dat de prinses grote interesse aan de dag legde voor de Chinese kunst maar verzocht haar dergelijke decoraties voortaan in China op maat te bestellen en de bestaande voorwerpen in tact te laten. In de laatste zin van de brief maakte de ware schrijver zich bekend: het was de oude Huygens sr. zelf die zoveel beunhazerij klaarblijkelijk niet had kunnen aanzien.

De Zweedse architect Nicodemus Tessin jr. berichtte twee jaar later uitvoerig in zijn reisverslag over het Chinese kabinet van Mary op Honselaarsdijk en meldde dat er tevens een plafond met spiegels en een schoorsteenmantel vol Chinees porselein waren. Daarmee was het Chinese kabinet te Honselaarsdijk waarschijnlijk het eerste van deze, voor Mary zo typerende vertrekken waarvan er één op bijna ieder stadhouderlijk en koninklijk verblijf van Willem en Mary zou komen. Zo werd ten tijde van Tessins bezoek een Chinees kabinet ingericht in Mary’s appartement op het Binnenhof in Den Haag. Tessin mocht dit Chinese kabinet niet betreden ‘weillen es meist wahr verstoert, umb verbessert zu werden’. Wellicht hield Huygens’ brief van twee jaar eerder verband met deze werkzaamheden op het Binnenhof.

Het geïmporteerde Chinese porselein werd alom in Europa bewonderd. De import was niet genoeg om aan de vraag te voldoen. Die vraag werd bovendien groter omdat ook de eet- en drinkgewoonten veranderden. Men ging meer serviesgoed gebruiken, bijvoorbeeld voor de nieuwe dranken koffie en thee. In Europa schakelden bestaande plateelbakkerijen over op de produktie van aardewerk naar het model van het Chinese porselein. Een van de meest succesvolle centra van deze industrie was Delft, waar eerst in aardewerk met blauwe patronen op witte grond en later ook veelkleurig beschilderd aardewerk met tinglazuur het Chinese voorbeeld werd gevolgd. Zelf noemden de Delftenaren zich porseleinbakkers, maar hoe verfijnd ook, hun produkt is altijd aardewerk gebleven.

Het Delftsch Aardewerk is een zeker soort porselein dat omstreeks de helft der voorige eeuw in Nederland is uitgevonden.(…)

…zes gewoone kruiwagens Doornickse, drie wagens Rhijnlandsche of zwarte en twee wagens Delftsche aarde of zoveel meerder of minder als de aardewasscher (1) na de qualiteit van de aarde best oordeelt.

Er werd heel veel porselein geimporteerd maar voor de grote handelskantoren fungeerde het vooral als ballast-lading om de schepen, die vooral lichtgewichtartikelen als thee en zijde mee moesten brengen, zeewaardiger te maken.

(1) aardewassen – de benodigde soorten klei mengen, met water zuiveren, kneden en zeven

Vrachtorder gedateerd 28 januari 1702 voor het kantoor in Kanton

De gevraagde goederen omvatten: De sterke en bruikbare soorten porselein zoals borden en schotels in alle maten, kommen, koppen en schotels, waarvan 10.000 van het fijne soort en natuurlijk borden in de stijl van tinnen borden (met extra opstaande rand), daar dit ballast koopwaar is kunt u hiervan tien tot vijftien ton aanschaffen. Dito van de fijnere soort en van verschillende fantasiestukken, die zelden of nooit naar Engeland zijn gekomen met daarbij enige grote stukken kunt u kopen tien tot vijftien ton, hoe vreemder de vorm en de smaak, des te gunstiger het hier verkoopt.

De bruikbare soorten bruine koppen en schotels, die eerst wenig in trek waren, verkopen nu goed als ze aan de onderkant tamelijk wijd zijn, terwijl het beschilderde porselein dat tot nu toe veel aftrek vond, nu vanwege de grote geïmporteerde hoeveelheden buitengewoon goedkoop worden verkocht.

Uw eerste zorg moet zijn om voor ballast koopwaar te zorgen om uw schip te verstevigen en het zeilwaardig te maken en dat het eerst nodig is om aan boord te laden. Wij hebben in onze bovenstaande lijst verscheidene soorten zware goederen opgesomd, die voor dat doel geschikt zijn als dezelve kunnen worden aangeschaft voor moedgevende prijzen – van de bruikbare soorten porselein vooral borden en schotels die dicht opeen kunnen worden gestouwd. Koop ook een paar grote, een paar gemiddelde en een paar kleinere punchkommen, een paar grote Chinese bloempotten om er oranjeboompjes in te zetten en andere in een kleinere maat voor kleinere boompjes en bloemen.

Doet uw best er achter te komen welke soorten artikelen en vooral porselein en kruiden (thee en gember vert.) zijn meegebracht door het schip dat het laatst is of zal vertrekken vanuit Kanton of andere delen van China naar Engeland, wat voor u een aanwijzing kan zijn om minder of meer te kopen of de soorten artikelen af te wisselen, waarbij u altijd in gedachten moet houden dat een aardig assortiment aan gevarieerde artikelen beter verkoopt, vooral bij porselein en kruiden, dan van een iets te veel te kopen, wat alleen de markten verstopt en de koopwaar in waarde doet dalen.

Wij specificeren niet de kleuren, beschilderingen, maten of verschillende soorten porselein, die wij van u verlangen maar laten dat aan uw beleid en smaak over, daar u ter plekke aanwezig bent en daardoor het best in staat te gissen welke naar alle waarschijnlijkheid hier het best ontvangen zullen worden. Vul alle holle porseleinen voorwerpen met sago of met andere, meer profijtelijke koopwaar.

Over dieren, afgodsbeelden en grotesken, besteld door Europeanen

Als de mallen gebruikt moeten worden, worden ze voor het vuur geplaatst, waarna ze worden bekleed met het porseleinmateriaal van geschikte dikte. De laag wordt dan met de hand flink aangedrukt en wordt vervolgens met de mal in het vuur verwarmd om de aangedrukte klei van de mal los te maken. De verschillende delen van het hele werkstuk worden, na afzonderlijk gemodelleerd te zijn, aan elkaar gevoegd door een dikke veeg van het porseleinmengsel. Nadien worden de werken geglazuurd en gebakken.

Ook in Frankrijk en Engeland probeerde men achter het geheim van de samenstelling van het porseleinmengsel te komen, dat de witte, harde scherf moest opleveren.

Ik zie ze ook in de mal, ongedroogd en vóór de beschildering en het glazuur was aangebracht, waren ze wit als kalk en proefden op de tong als ruwe tabakspíjpenklei en voelden tussen de tanden even zacht en erg weinig korrelig, zodat ik er niet aan twijfel dat ze van die klei gemaakt zijn.

(…)

Dat het twee en soms drie of vier vuren verlangt om het te bakken, tot die hoogte zagen wij het in de meeste voltooide potten; ja, sommige hadden elf vuren ondergaan.

Ik verwachtte niet het in deze volmaakte vorm te vinden maar stelde mij voor dat dit zou kunnen zijn gebeurd bij Gombroon steengoed, dat in feite niets anders is dan een complete verglazing, maar ik merkte dat het heel anders was en erg verrassend en, wat ik tot het geluk van de eeuw reken, dat het de Chinezen zo niet overtrof, dan toch evenaarde in hun mooiste kunst.

Wat betreft het rode steengoed uit China (Yixing), dat wordt in Engeland veel volmaakter gemaakt dan in China, namelijk door de zachte bloedsteen en veel betere kunstenaars in het pottenbakken.

Steeds ging het om de vraag waaruit het mengsel dat het felbegeerde porselein zou opleveren, was samengesteld. Het is dan ook eigenlijk geen wonder dat degene, die tenslotte een witbakkend mengsel vond dat de toets der kritiek kon doorstaan, van huis uit alchemist was. Via allerlei proefnemingen (onder andere met roodbakkend porselein) kwam Johann Friedrich Böttger, die in feite als een gevangene aan het hof van de Saksische koning leefde, tot een wit, doorschijnend bakkend mengsel. Die vondst betekende de feitelijke start van de grote porseleinindustrie van Meissen.

Opvallend is wel dat zijn bewondering voor het Chinese produkt de kwaliteit van het porselein gold en niet de vormgeving.

Mengsel 1

Zuivere Colditzer klei zonder albast

was witachtig en absoluut ondoorzichtig

Mengsel 2

2 L(oth) klei 2 quint Albast, 1 : 4

was vloeibaar geworden

Mengsel 3

10 qu klei 2 q A(Ibast), 1 : 5

hetzelfde

Mengsel 4

12 qu klei 2 q A(Ibast), 1 : 6

is in model gebleven en tamelijk licht

Mengsel 5

14 q klei-2 q A(Ibast), 1 : 7

zeer mooi wit en doorschijnend

Mengsel 6

2 L klei 1 q A(Ibast), 1 : 8

ook heel mooi wit en doorschijnend

Mengsel 7

9 qu klei 1 q A(Ibast), 1 : 9

ook wit en doorschijnend

Order van August de Sterke, 12 maart 1708

…insgelijks geven wij opdracht dat uit alle ambten, waar klei wordt gegraven, een proefmonster moet worden gezonden van 30-40 kilo…..

Memorandum aan de koning van 28 maart 1709

… in staat om te maken goed, wit porselein met het fijnste glazuur en beschildering in zo’n volmaaktheid dat het tenminste de oosterse producten evenaart, zo niet overtreft.

Bericht in de Leipziger Zeitung 1710

Onder andere heeft men daar zelfs een soort rood vaatwerk, welke als het mooiste Japanse werk gelakt en met goud-, zilver- en emailkeuren zodanig in het vuur is geweest dat het noch met heet water noch met iets anders er af gaat.

Over de verfraaiing van rood steengoed

De schoonheid kan tot uiting komen in vele aardige en verfijnde stukken. (…) Deze kunnen ook met allerlei soorten glazuur overdekt worden die dan of helemaal wit, zwart of donkerrood, al naar men zulke glazuren kiest, waarin alles sierlijk kan worden gesneden, geslepen of gepolijst.(…) Deze verfraaiingen onderscheiden zich van de ‘Indische’, die duur zijn, grof en korrelig en die niet gesneden, geslepen of gepolijst kunnen worden, plompe vormen hebben en absurde ontwerpen voor hun beschildering. Het enige waar ze door zeer lange oefening tenslotte een tamelijk goede vorm aan hebben weten te geven zijn de voor thee, koffie en chocolade drinken bestemde serviezen. Bijna alle andere vaatwerk en figuren zijn echter waarachtig zo onhandig en onregelmatig, dat men vaak een beschrijving nodig heeft van wat dit moet betekenen.

Daarom zal men zich geen moeite getroosten kunstenaars in Indië te zoeken. Temeer daar het oogmerk van onze werkplaats niet op zulke ongeproportioneerde dingen gericht moet zijn maar veelmeer om uit de fraaie witte zowel als de rode stof iets buitengewoonste maken zoals hele serviezen wat betreft schotels, borden, luchters, tafels, gueridons 1), spiegellijsten, beeldjes en dergelijke, net zo kunstig als in zilver en die te produceren met een zuivere tekening versierd, waartoe dit land met de omringende gebieden de handigste arbeiders kan leveren.

In het Prentenkabinet te Dresden bevinden zich 18de eeuwse ornamentprenten met chinoiserieën. De vraag was welke prenten als voorbeeld hebben gediend voor de chinoiserieën op het vroege Saksische porselein.

Sinds 1720 was Johann Gregorius Hëroldt de artistieke leider van de nog jonge porseleinfabriek te Meissen. Hij was een inventief kunstenaar, waarvan de zes door hem gesigneerde en gedateerde etsen getuigen. Dat de talloze chinoiserieën op Saksisch porselein alle aan zijn brein ontsproten zouden zijn is echter onwaarschijnlijk.

In hetzelfde prentenkabinet bevinden zich ook enkele series die door twee Nederlandse kunstenaarsblijken te zijn vervaardigd.

Vader en zoon Petrus Schenk waren etsers, plaatsnijders en kunst- en boekverkopers te Amsterdam. Beiden werkten ook veel in Duitsland, vooral in Leipzig.

De uit drie delen bestaande serie: Nieuwe geinventeerde Sineesen, met groote moeyte geteekent en in ‘t Ligt gegeven, door P: Schenk lun. In Amsterdam blijkt een belangrijke bron van inspiratie voor vele fayence- en porseleinschilders te zijn geweest. In Meissen werd hij gebruikt voor verschillende terrines, vazen en bierpullen, waarbij opvalt dat de schilder zijn motieven steeds ontleent aan een groot aantal prenten uit de serie. De overgenomen figuren en huizen zijn zeer nauwkeurig gekopiëerd maar hun detaillering en hun omgeving zijn vrij behandeld.

Ook de Delftse plateelschilders hebben naar prenten van Schenk gewerkt. Een bijzonder fraai voorbeeld daarvan is het grote theeblad van Delfts aardewerk in het Rijksmuseum, dat met de voorstellingen van twee bladen uit de ‘Nieuwe geinventeerde Sineesen’ is versierd.

1) rond pronktafeltj

Site Delfts Blauw

http://www.delft.nl/Toeristen/Ontdek_Delft/Te_zien/Delfts_Blauw

en

http://www.delftsaardewerk.nl/

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s