Home

Komedies, kluchten en tragedies beelden elk een eigen wereld uit met hiertoe behorende personages en lotgevallen.

In de kluchten en komedies ging het om lotsgevallen van mensen uit de lagere klasse, altijd met een vrolijk einde en geschreven in gewone, toegankelijke taal. Een klucht was in de eerste instantie een kort toneelstuk waarbij het volkse vermaak centraal stond. Veelvoorkomende thema’s waren gierigheid,  overspel, goedgelovigheid en dronkenschap. Kluchten zaten vol met karikaturen, eindrijm en er werd veel geknutseld met taal. Als functie stond vooral het vermaak voorop, maar in elke klucht zat aan het einde ook een wijze les (moraal) verpakt. De klucht had dan ook een didactisch doel: na een tragedie (treurspel) of komedie (blijspel) werd een klucht opgevoerd, waarin werd getoond hoe men door slecht of naïef  gedrag in de moeilijkheden kon raken en wat er gedaan diende te worden om er weer uit te komen. Kluchten werden gezien als onzedig en vanuit de kerk ontstond er daarom grote weerstand jegens de kluchten. In veel steden werden opvoeringen door invloed van de kerk dan ook verboden.

Een komedie lijkt veel op een klucht, maar een komedie heeft meer structuur en minder platte taal en minder volkse personages dan een klucht. De personages zijn herkenbaar en de situaties wat alledaagser. De verhaallijn in de komedie heeft wat meer inhoud dan bij een klucht, waar het eigenlijk alleen om de komische situaties gaat. Bekende komedieschrijvers zijn Gerbrand Adriaenz Bredero en P.C. Hooft.

In een tragedie werd een geschiedenis van hooggeplaatste personen met een droevig of gruwelijk einde uitgebeeld, geschreven in een verheven taal. Er zijn twee vormen van tragedie: een retorisch-didactische tragedie en een Aristotelische tragedie. Deze eerste vorm is bebaseerd op de Ars Poetica  van Horatius [1] en bestaat uit vijf bedrijven, afgewisseld met koren die de handeling commentaar geven. Er is echter geen hechte structuur die de handelingen verbindt; de scenes waren meer afgerond. De personages waren niet psychologisch uitgewerkt, maar meer types die een menselijke deugd of ondeugd moesten voorstellen. [2]

Een Aristotelische tragedie is een klassieke vorm van theater waarbij met name de regels van de filosoof Aristoteles worden nageleefd (zie het artikel “Aristotelische principes in het theater”). De stemming in het stuk is voortdurend ernstig en verheven, het publiek moet meeleven met de psychologische conflicten en gelouterd (gezuiverd) de zaal verlaten. Soms werden handelingen van een stuk in christelijk perspectief geplaatst om te proberen klassieke voorgangers te overtreffen (aemulatio).[3] Een bekende tragedieschrijver is Joost van den Vondel.[4]

In 1638 typeerde Cornelis van der Plasse, de uitgever van Bredero, het verschil tussen tragedies en komedies:

De treurspelen hadden de voortocht (=voorrang) om hun deftigheid en statigheid, als bestaande uit aanzienlijke personagiën: koningen, vorsten, priesters, ambtluiden (=rechters) edelen, krijgsoversten en diergelijken; op sloten, in steden, paleizen, raadhuizen, legers en kerken; en gelijk de personen waren de redenen (=de taal) vol majesteit en hoogdravende, d’uitkomsten (=afloop) bloedig, schrikkelijk en van belang.

 De blijspelen sprongen lustig op het toneel, met de lichtsten slag en het schuim des volks: herders, boeren, werkluiden, waarden, waardinnen, koppelaarsters, snollen, vroedwijven, bootsgezellen, opsnappers (=verkwisters), schooisters (=bedelaarsters) en panlikkers (=klaplopers); op akkers, in bossen, in hutten, in winkels, herbergen, kroegen, op straat, in steegjes en slopjes, in vleeshuis en op vismarkt; de praatjes die daar omgingen, na den man (=levensecht), d’uitkomsten kluchtig en genoeglijk.[5]

 


[2] Smits-Veldt, Mieke B – Het Nederlandse Renaissancetoneel – HES Uitgevers, Utrecht 1991 – gevonden via http://www.dbnl.org/tekst/smit04nede02_01/colofon.htm

[4] van de Kamp. M.T. – Basisreader KUA Drama, ontwikkelingen in het drama vanaf de Middeleeuwen tot en met de tweede helft van de twintigste eeuw – 2011

[5] Smits-Veldt, Mieke B – Het Nederlandse Renaissancetoneel – HES Uitgevers, Utrecht 1991 – gevonden via http://www.dbnl.org/tekst/smit04nede02_01/colofon.htm

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s