Home
Meidert Hobbema, Het laantje van Middelharnis, 1689

Meidert Hobbema, Het laantje van Middelharnis, 1689

Genres in de schilderkunst

Inleiding

De grootste verdienste van de Nederlandse barokschilderkunst in de Gouden Eeuw is het creëren van autonome categorieën binnen een bepaald schildersgenre. Bijvoorbeeld het landschap, interieurs, stadsgezichten en stillevens bestonden voorheen als stoffering voor historieschilderijen en werden in het begin van de zestiende eeuw onafhankelijk als onderwerp. Maar pas in de Nederlanden van de zeventiende eeuw zullen deze genres als belangrijke autonome categorieën een plaats innemen in de schilderkunst. Dit was mede mogelijk omdat de druk van kunsttheoretici niet zo groot was in Nederland waardoor er ook een grotere artistieke vrijheid was.

De Vroegnederlandse schilderkunst verwees altijd naar een geschreven tekst en deze teksten waren overladen met metaforen. Voor deze metaforen waren veel geschikte symbolen te vinden, maar voor de nieuwe zeventiende-eeuwse onderwerpen ging men meer de populaire emblematische literatuur gebruiken. Ook was er rond 1600 een wisseling van stijl gaande op artistiek vlak, men ging van een gekunstelde maniëristische schildertrant naar een meer natuurlijke compositie van de figuur en ook een meer stillevenachtige aandacht voor het weergeven van details, de zogenaamde stofuitdrukking. Later zal halverwege de zeventiende eeuw het realisme in het landschap, stilleven en genreschilderij een steeds belangrijkere plaats innemen waarin men motieven ontleend aan de werkelijkheid.

Gaandeweg in de zeventiende eeuw zal het artistiek verkeer tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden steeds gebruikelijker worden en dit geldt dan vooral voor de grote opdachten zoals de Oranjezaal in Huis ten Bosch. In de derde kwart van de zeventiende eeuw werd de vraag naar kunstwerken in kleinere plaatsen steeds geringer en zeker ook om een levensvatbare kunstenaarsgemeenschap te laten bestaan. Toen Vermeer in 1675 overleed was hij al een tijdlang de enige schilder van meer dan lokaal belang in Delft geweest. Middelburg had reeds eerder zijn betekenis als kunstcentrum verloren. De burgers van Hoorn en andere Westfriese steden gingen zich in hun opdrachten steeds meer op Amsterdam oriënteren.[1] Zo rond 1700 is men de kunst van de zeventiende eeuw al gaan beschouwen als iets wat geweest is.

Link over populaire emblematische literatuur:

Zie: http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/goudeneeuw/literatuurgeschiedenis/lgge008.html


[1] Vlieghe, H., Kieft, G., Wansink, C., J.A., 2007, blz. 247

[1] Grijzenhout, F., Veen, van H., 1992, blz. 66

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s