Home
Hans Vredeman De Vries, Fantasie architectuur,1568

Hans Vredeman De Vries, Fantasie architectuur,1568

Interieurs en stadsgezichten

De eerste Hollandse schilder die de architectuur als zelfstandig onderwerp toepaste was Hans Vredeman de Vries, hij was naast fantasie-architectuur-taferelen schilder ook architect en vestingbouwkundige, triomfboog ontwerper en theoreticus. Vredeman de Vries brengt de Italiaanse kennis omtrent het perspectief onder de aandacht via twee boeken. In 1604 verschijnt het eerste deel van het boek Perspective dat is de hoogh-geroemde Conste met in 1605 een tweede, aanvullend deel. Dit modellenboek is van groot belang geweest voor de Hollandse schilders die zich in de perspectief wilden bekwamen.[1] Zijn gefantaseerde paleisarchitectuur schilderijen van rond 1600 met maniëristische ruimte opvattingen zijn ook picturale toepassingen van deze modellenboeken.

Ook een boek over perspectief uit 1614 van de Hollandse vestigingsbouwkundige Samuel Marolois is waarschijnlijk van invloed geweest. Het interieur en de fantasie-architectuur bleven de gehele zeventiende eeuw geliefkoosde onderwerpen, die de schilder in de gelegenheid stelden zijn kennis van perspectief tentoon te spreiden.[2] Na 1650 verdringt het schilderen van kerkinterieurs naar waarheid het fantasie-interieur totaal, zij het in het begin nog met illusionistische effecten zoals een poort of toog als omlijsting.

Pieter Saenredam, Interieur van de Sint-Odulphuskerk te Assendelft, 1649

Pieter Saenredam, Interieur van de Sint-Odulphuskerk te Assendelft, 1649

Kerkinterieurs

Na de Beeldenstorm van 1566 verbood de calvinistische beeldenleer de directe afbeelding van God. De kerken mochten zelf geen beelden bevatten of andere versiering en in plaats van het sacrale beeld werd de kerk zelf onderwerp van de schilderkunst. Kerkinterieurs werden veelal in Delft vervaardigd waarbij het praalgraf van Willem van Oranje in de Oude Kerk een populair onderwerp was. Maar de meest fameuze kerkinterieurs zijn door de Haarlemse schilder Pieter Saenredam gemaakt op een haast koele afstandelijke manier en waarbij hij vaak de Sint Bavokerk te Haarlem als onderwerp heeft. Zijn zeer precieze tonale schilderijen van de Sint Bavokerk geven een goed sfeerbeeld weer van hoe de calvinisten de kerken van de katholieken zuiverden, door deze wit te kalken en te ontdoen van beelden en schilderijen. Vooraf maakte Saenredam uitgebreide en nauwkeurige constructietekeningen met lijnperspectief van de architectonische ruimte die hij soms jaren later in zijn atelier gebruikte om zijn schilderijen te vervaardigen. Hij stoffeerde zijn interieurs spaarzaam met figuren om dimensie aan de ruimte te geven.

Stadsgezicht

Het stadsgezicht was in de vijftiende en zestiende eeuw hoofdzakelijk als stoffering voor religieuze en historische voorstellingen. Pas halverwege de zeventiende eeuw door de invloed van de prentkunst en cartografie, ontstaat er een levendige interesse voor het Noord-Nederlandse stadsgezicht in de schilderkunst als genre an sich. In de meeste grote Hollandse steden gingen schilders zich specialiseren op een topografisch juist beeld van de stad met een duidelijke voorkeur voor belangrijke gebouwen. Deze stadsgezichten laten de indrukwekkende resultaten van een maatschappelijk bestel zien en evenals portretten is dit een vorm van burgertrots. Ook hebben de kunstenaars die meer gespecialiseerd waren in het zeegezicht of het landschap interessante stadsgezichten geschilderd.

Jan van der Heyden, Gezicht op het nieuwe stadhuis van Amsterdam, 1667

Jan van der Heyden, Gezicht op het nieuwe stadhuis van Amsterdam, 1667

Cosimo II de’ Medici koesterde grote belangstelling voor de Nederlandse schilderkunst, hij was een verzamelaar en bezocht de Nederlandse Republiek in 1668, hiervan bestaan diverse reisverslagen. Cosimo’s liefhebberij ging zo ver dat hij overwogen had om voortaan de beroemde Tribuna in de Galleria degli Uffizi in Florence te wijden aan de schilderkunst van de Nederlanden. Deze zelfde Cosimo koopt op 5 januari 1669 het schilderij ‘Gezicht op het nieuwe stadhuis van Amsterdam’ van de Amsterdamse schilder en uitvinder (o.a. straatverlichting en de brandspuit) Jan van der Heyden uit 1667. Jan van der Heyden heeft een uitgesproken technische inslag en heeft het stadsgezicht een wending gegeven die bepalend werd voor dit genre, namelijk zijn vermogen om de detaillering zoals bakstenen en schaduwwerking ondergeschikt te maken aan het totale beeld van het schilderij.

Willem van Haecht, Kunstkamer van Cornelis van der Geest, 1628

Willem van Haecht, Kunstkamer van Cornelis van der Geest, 1628

Kunstkamerschilderijen

Het geforceerde perspectief met maniëristische ruimte opvatting van Hans Vredeman de Vries was rond 16OO van invloed in Antwerpen op interieurtaferelen zoals bij de Kunstkamers. Dit genre is enerzijds te beschouwen als een visuele documentatie van de rijkdom aan schilderijen en kunsthandels in het zeventiende eeuwse Antwerpen, anderzijds zijn deze schilderijen ook vaak allegorisch te interpreteren als verzinnebeeldingen van pictura.[3] Op deze goed gevulde interieurs van kunsthandelaren waren ook mensen afgebeeld zoals de handelaar maar soms ook de kunstenaar, de maker van zo’n Kunstkamerschilderij. Deze Kunstkamerschilderijen presenteren naast de overvloed aan schilderijen en andere kunstvoorwerpen soms ook wetenschappelijke instrumenten, boeken en atlassen. Van de vele boven en langs elkaar hangende afgebeelde schilderijen zijn vaak beroemde werken te herkennen, zo’n schilderij was dan ook een manier om indruk met je collectie als kunsthandelaar te maken. Oud leerling van Rubens Willem van Haecht specialiseerde zich hierin evenals Jan Brueghel de Oude en zijn zoon Jan Brueghel de Jonge.

Documentaire over Pieter Brueghel de Oude, vader van Jan Brueghel de Oude, deze Brabantse kunstschilder is van grote invloed geweest op vele genres in de Noord-Nederlandse schilderkunst van de zeventiende eeuw, van de Britse kunsthistoricus Tim Marlow:

Zie: http://www.youtube.com/watch?v=jxR-3bJwzTI

Zie: http://www.youtube.com/watch?v=sVw0a_oEEmA


[1] Haak, B., 2003, blz. 152

[2] Haak, B., 2003, blz. 153

[3] Vlieghe, H., Kieft, G., Wansink, C., J.A., 2007, blz. 115

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s