Home
Pieter Brueghel de oude, De bruiloft dans, 1566

Pieter Brueghel de oude, De bruiloft dans, 1566

Genreschilderkunst

Vroegere schrijvers noemden de schilderijen naar wat zij erop zagen – een vrolijk gezelschap, een bordeel, een boerendans of wat dan ook – en classificeerden ze altijd als tweederangs kunst.[1] Het begrip genreschilderkunst is afkomstig uit de late achttiende eeuw van de Franse kunsttheorie en staat voor de weergave van het dagelijkse leven. Dit genre is vooral door de schilderijen van het boerenleven van Pieter Brueghel de Oude zelfstandig geworden. Maar als zodanig is het nieuwe genrestuk de grootste picturale uitvinding van de Noord-Nederlanders in de zeventiende eeuw waarin de Haarlemse genreschool van grote invloed was. De genreschilders keken voor hun thematiek veelal naar elkaar waardoor er een thematische reproductie ontstond die de specifieke scholen overschreed. In de genreschilderkunst zie je verschillende scènes van handelende personen terugkomen die zeer populair waren in de burgerlijke samenleving, zoals zedentaferelen en gezelschappen, kroeg- en bordeelscènes. Dus thema’s die niet ontleend zijn aan historische, Bijbelse, mythologische of literaire voorbeelden. Vaak gaan achter deze alledaagse onbelangrijke, grove of zinnelijke scènes allegorische, morele of zelfs obscene boodschappen schuil waarin ook oude spreekwoorden en gezegden te herkennen zijn. Deze beeldtaal moest dan ook voor de gewone mensen begrijpelijk zijn en dit werd dus vaak in een vertrouwd kader gepresenteerd. Daardoor kreeg het realisme van het genrestuk iets heel dichtbijs, iets heel bekends dat wezenlijk verschilt van het realisme van het historiestuk.[2] De rijkheid aan een overdaad van detail was een belangrijk onderdeel van het genrestuk waarop je letterlijk het schilderij kan aftasten.

Velen werken van bijvoorbeeld de Utrechtse Caravaggisten, de Bentvueghels en de Bamboccianten behoren ook tot het genrestuk.

Jan Steen, Het vrolijke huisgezin, 1668

Jan Steen, Het vrolijke huisgezin, 1668

Boerenstukken en het komische genre

Het ‘boertige genre’– het woord ‘boertig’ betekent in het Nederlands nog steeds ‘komisch op een domme manier’– kende in de republiek zelf onder schilders die niet naar Italië waren vertrokken, een grote verbreiding,[3] zie hier de genrevoorstellingen van het alledaagse leven van de Bentvueghels en de Bamboccianten. Bij deze stukken dus veel Boerse vrolijkheid, dronkenschap en vechtpartijen maar ook voorstellingen met kwakzalvers en kiezentrekkers waarin duidelijk wordt dat de humor vaak niet al te fijnzinnig was. Jan Steen, schilder en eigenaar van een herberg schilderde veelal het dagelijks leven met ironische feest, liefdes, en drinkscènes vol toespelingen en verwijzingen naar spreekwoorden en emblemen vaak in een wanordelijke situering en detaillering.

Pieter de Hooch, Binnenkamer met een moeder die het haar van haar kind reinigt, bekend als 'Moedertaak', 1658-60

Pieter de Hooch, Binnenkamer met een moeder die het haar van haar kind reinigt, bekend als ‘Moedertaak’, 1658-60

Burgerlijke thema’s

Ook wat meer burgerlijke thema’s van galante gezelschappen met chic geklede mensen die iets terloops in een vertrek aan het doen zijn komen veelvuldig voor, zoals het maken van muziek, het lezen van een brief, of het doen van huishoudelijke taken, zoals bij Johannes Vermeer. Oorspronkelijk was dit een Vlaams thema waarin de zogenaamde ‘buitenpartijen’ van een groot naar een select gezelschap en van buiten naar binnen wordt geplaatst. In eerste instantie werden zulke vertrekken groothoekig weergegeven alsof je in een poppenhuis kijkt. Pas later is men, om een meer overtuigende ruimtelijkheid in het interieur te suggereren, de scène meer in close-up gaan weergeven, waardoor de figuren groter werden en het aantal weer te geven wanden werd verminderd, zoals bij Vermeer. Een latere kunstgreep was om d.m.v. deuropeningen, dus het weergeven van verschillende achterliggende vertrekken, diepte en ruimtelijkheid te bewerkstelligen, zoals in veel schilderijen van Pieter de Hooch te zien is.

Gerard Dou, Portret van een lezende oude vrouw, 1630

Gerard Dou, Portret van een lezende oude vrouw, 1630

Fijnschilders

Ook wel de Leidse fijnschilders genoemd, aangezien deze techniek hier een hoogtepunt bereikte o.a. door Rembrandts eerste leerling Gerrit Dou. Via Rembrandt kwam de voorliefde voor het gebruik van chiaroscuro, maar bij Dou en zijn navolgers werd dit wel een zeer elegante wijze van belichting op de schilderijen. Deze Leidse school bereikten emailachtige effecten met hun minutieuze aandacht voor detail en stofuitdrukking in elk voorwerpje of diertje, want aan deze glad geschilderde paneeltjes werd maandenlang gewerkt. De reputatie van deze fijnschilders was zeer groot in zowel binnen als buitenland tot aan het Florentijnse hof toe. Men moest fors betalen voor hun verdiensten, maar hier stond wel een buitengewoon arbeidsintensieve techniek tegenover. Waarschijnlijk onder invloed van de financiële vooruitzichten zijn deze schilders later zich ook gaan toeleggen op historiestukken.

Vermeer, Het concert, 1666

Vermeer, Het concert, 1666

Vermeer (1632-1675)

Johannes Vermeer uit Delft was gespecialiseerd in moraliserende genrestukken en was een langzaam en kennelijk zorgvuldig schilder, waarvan de relatief weinige werken die hij maakte geen belangrijke gebeurtenissen voorstellen. Op Vermeers serene, gereserveerde kunstwerken staan eenvoudige personen afgebeeld in een kamer van een kenmerkend Hollands huis, alles in een uitgewogen statische compositie met vele horizontale en verticale accenten. Zijn stukken zijn feitelijke stillevens van menselijke wezens.[4] Vermeers schilderijen hebben vaak een ongewone kleurstelling van veelal blauw en geel, maar ook ongewoon is zijn verbijsterende gevoeligheid in het weergeven van fluweelzacht licht en de fotografische-effecten zoals de pixelachtige spikkeling van de voorwerpen in verschillende schilderijen. Waarschijnlijk gebruikte Vermeer een camera obscura en andere optische instrumenten bij het creëren van de ruimtelijke opbouw van zijn schilderijen en hiervoor werkte hij vermoedelijk samen met Antoni van Leeuwenhoek die een zelf gefabriceerde microscoop had uitgevonden.

Documentaire over Vermeer van de Britse kunsthistoricus Tim Marlow:

Zie: http://www.youtube.com/watch?v=PThhgh1EH7Q

Zie: http://www.youtube.com/watch?v=88WpcGS_vQU

Link, Johannes Vermeer en ‘De koppelaarster’ van Dirck van Baburen:

Zie: http://www.scriptio.nl/Nieuwsbrief/Escriptio-0308a.html

Zie: http://www.digischool.nl/ckv2/burger/burger17de/vermeer/Vermeer1.htm


[1] Fuchs, R., H., 1979, blz. 42

[2] Fuchs, R., H., 1979, blz. 50

[3] Vlieghe, H., Kieft, G., Wansink, C., J.A., 2007, blz. 196

[4] Gombrich, E.H., 2011, blz. 433

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s